Hier de recensies van enkele honderden boeken uit de eigen boekenkast. Bezie deze recensies wel binnen het raam van de tijd waarin hij werd geschreven (achter de titel aangegeven). Maar ook een gedateerd boek kan nog steeds zeer de moeite waard zijn.


GREEN RACES RED (1997)/RECENSIE



Tekst
Een béétje Formule 1-coureur zorgt er tegenwoordig voor, dat er een biografie van hem te koop is. Dat lijkt waarachtig wel een integraal deel van het hem omringende PR-gebeuren, dat in de Formule 1 so-wie-so al een (naar mijn smaak) te prominente rol speelt.
Van Eddie Irvine zijn er vrijwel tegelijkertijd zelfs twéé uitgekomen. Irvine is interessante kost, want hij past niet echt in het geijkte plaatje van de tegenwoordige Formule 1-rijder, die vroeg in de veren gaat omdat hij morgen moet testen en zich in interviews het liefst beperkt tot sponsorplezierende gemeenplaatsen. Daarom is het vaak veel leuker om een ex-rijder te horen praten, die voor niemand (meer) bang hoeft te zijn en dus vrijuit kan spreken. Nog leuker is een actieve rijder, die wat durft. Irvine is er zo één.
Het woord 'biografie' betekent: een geschreven verhaal over het leven van een bepaald persoon ('auto-biografie' wil zeggen, dat hij dat zelf heeft gedaan).
Green races red is een autobiografie waarin de helpende hand van de ervaren auteur Maurice Hamilton zeer zichtbaar is. Het boek gaat, zoals de titel aangeeft, in hoofdzaak over het afgelopen Ferrari-jaar. Verleden en heden worden daarbij miraculeus vermengd tot een hartstikke leuk verhaal, waardoor de lezer gaandeweg een beetje een fan van Irvine wordt. Zoiets bereik je als schrijver alleen maar, als de hoofdpersoon wat méér te melden heeft dan het oppervlakkige geleuter dat je normaliter tegenkomt. In plat Nederlands komt het er op neer, dat de persoon in kwestie tijdens zijn carrière gewoon een paar keer op zijn bek moet zijn gegaan, zo niet letterlijk dan toch figuurlijk.
Adam Cooper is de auteur van het Eddie Irvine - the luck of the Irish . Dit boek past naadloos in de serie van Christopher Hilton over Senna, Mansell en andere Grand Prix-kopstukken: goed gedocumenteerd, zeer leesbaar, zeer betaalbaar maar ook - een mens raakt door het enorme aanbod gauw verwend - een beetje routineus.
Onze held-van-de maand- heet dus Eddie Irvine. Hij gaat vaak heel laat naar bed en zegt meestal ronduit wat hij kwijt wil. Hij heeft ook best een hoop meegemaakt, want het is niet niks om als zoon van een autosloper in een uithoek als Ulster (de Britse variant op ons 'boertje van buutn') tot Ferrari-fabrieksrijder te schoppen. Irvine is één van de weinigen die niet als karter is begonnen. Zijn eerste autosportjaren in de Formule Ford waren net zoals die van tientallen andere hopefuls - niets bijzonders dus. pas in 1987 breekt hij door en wint hij bij de Fords alles wat er te winnen is. Hij wordt op sleeptouw genomen door mega-sponsor Marlboro en mentor James Hunt (soort zoekt soort ...) en belandt in de Formule 1II. Daarin komt hij latere grootheden tegen als Hill, Herbert, Hakkinen en Lehto. Samen met J.J. Lehto rijdt hij Formule 3000, maar de heren liggen elkaar niet zo en er volge zware jaren. Ik geloof dat Irvine vanaf 1987 geen vijf races meer heeft gewonnen en hij moet na ieder seizoen vechten voor een plaatsje in een hogere formule of bij een beter team. Hoewel hij zich daarvoor niet altijd klaar voelt heeft hij geen keus, wil hij niet worden overspoeld door de horde aanstormend Marlboro-talent ná hem. Als zijn collega's gaandeweg alle beschikbare plaatsen in de Formule 1 inpikken, wijkt Irvine naar Japan uit, waar hij in de Japanse Formule 3000 terecht komt en het grote geld en het uitgaansleven hem drie jaar lang toelachen. Kenmerkend voor Irvine is, dat hij toen niet zo nodig naar de Formule 1 hoefde. De Formule 1 kwam naar hèm toe. Eind 1963 vliegt er bij zijn oude Formule 3000-baas Eddie Jordan een tegenvallende rijder uit (huiskamervraag: wie?) en komt er - uitgerekend vlak vóór de Grote Prijs van Japan - een plaatsje vrij. Eddie stapt onbekommerd in, maakt onderweg al even onbekommerd Senna boos en wordt ook nog zesde. De daaropvolgende knock-out van een bepaald niet onbekommerde Senna maakt hem op slag (.....) wereldberoemd. Dat maakt hem tot een vaste waarde in de Formule 1, waarin hij in Brazilië 1994 en Argentinië 1996 Jos Verstappen tegenkomt. Bij nader inzien is dit toch misschien niet zulke geschikte lectuur voor verstokte Verstappen-fans, want Irvine neemt ook bij naar aanleidingen van deze clashes geen blad voor de mond.
Eddie Irvine, inmiddels 31 jaar oud, lijkt in tegenstelling tot vele collega's nauwelijks door zijn gevaarlijke beroep te worden 'getekend'. Ik denk niet, dat hij bij Ferrari ooit een Grand Prix zal winnen, maar misschien wordt hij dankzij zijn straathondenmentaliteit wel de eerste rijder naast Schumacher, wiens ego onbeschadigd blijft. Dat is op de lange duur meer waard dan welke overwinning ook.

Cijfer
7